Scriptie over de posttraumatische stress-stoornis (PTSD).

©Ulrike Pul

Download de scriptie

inleiding
hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 6
hoofdstuk 7
literatuur

4 Gedachtenonderdrukking

In dit hoofdstuk wordt het tweede mogelijke mechanisme beschreven dat ten grondslag zou kunnen liggen aan de relatie tussen peri-dissociatie en PTSD. Hierin wordt peri-dissociatie opgevat als een vorm van vermijding, die samenhangt met andere vermijdingsstrategieën die na het trauma kunnen worden gehanteerd. De nadruk ligt op het onderdrukken van gedachten over de traumatische gebeurtenis.


4.1 wat is gedachtenonderdrukking ?

Vermijding speelt een belangrijke rol in het voortbestaan van PTSD. Gedachtenonderdrukking kan gezien worden als een cognitieve vermijdingsstrategie, waarbij geprobeerd wordt om bewust gedachten aan een traumatische gebeurtenis of gedachten met een emotionele lading te onderdrukken.
Uit onderzoek is gebleken dat het onderdrukken van gedachten 2 effecten heeft (Davies & Clark, 1998). Ten eerste kunnen pogingen om gedachten te onderdrukken juist leiden tot het onmiddellijk optreden van de gedachten (Lavy & van den Hout, 1990; Salkovkis & Reynolds, 1994) en ten tweede kan het leiden tot een latere verhoging van de frequentie van de gedachten, het zogenaamde 'rebound effect' (Clark, Ball en Pape, 1991; Wegner, Schneider, Knutson en McMahon,, 1991). Wegner et al. (1991) veronderstellen dat gedachtenonderdrukking uit 2 interacterende processen bestaat. Het eerste proces wordt als een uitvoerend proces beschouwd. Daarin wordt gestreefd naar het uit het bewustzijn laten verdwijnen van het te onderdrukken doel. Het tweede proces bestaat uit een controlerend mechanisme. Dit mechanisme houdt zich bezig met het continu vaststellen van het effect van het uitvoerende proces, door te zoeken naar het doel dat onderdrukt moet worden. Deze 2 processen hebben een tegenstrijdige werking. Wanneer het eerste proces overheerst dan is de onderdrukking redelijk succesvol, maar wanneer het tweede proces domineert kan dat nadelige gevolgen hebben voor de frequentie van de intrusies. Volgens Wegner (1989) speelt het zoeken naar afleiders een belangrijke rol bij gedachtenonderdrukking. Hiermee wordt het zich richten op andere aandachtspunten dan het trauma bedoeld. Deze afleiders dienen als hulpmiddel om de ongewilde gedachten te vermijden. De afleiders worden vervolgens geassocieerd met de vermeden of onderdrukte gedachten en worden daardoor als cues beschouwd voor latere intrusies. Het paradoxale aan het fenomeen van gedachtenonderdrukking is, dat door het onderdrukken van gedachten, de persoon reminders om zich heen verzamelt, die ervoor zorgen dat gedachten, die de persoon wil onderdrukken, juist optreden. Meer gedachten erover zijn het gevolg.


4.2 peri-dissociatie, gedachtenonderdrukking en PTSD

Peri-dissociatie kan gezien worden als een vermijdingsstrategie, die samen zou kunnen hangen met vermijdingsstrategieën die na het trauma worden toegepast. Het verband tussen algemene dissociatieve neigingen en gedachtenonderdrukking blijkt uit een onderzoek van Van den Hout et al. (1996), waarbij een significante correlatie werd gevonden (r=0,52; p< 0,001) tussen de Dissociation Experience Scale (DES), een schaal voor dissociatie, en de White Bear Suppression Inventory (WBSI), een vragenlijst die de neiging om ongewilde gedachten te onderdrukken meet.
Gedachtenonderdrukking kan optreden met het doel de ongewilde intrusies te onderdrukken. Over het algemeen wordt er een negatieve waarde aan intrusies toegekend. Volgens Ehlers en Steil (1995) is dat ongunstig voor het voortbestaan van deze intrusies. Het is waarschijnlijk dat personen die intrusies negatief interpreteren, eerder proberen deze intrusies te onderdrukken. Door het paradoxale effect van gedachtenonderdrukking treden juist meer intrusies op (Ehlers et al., 1998). Bovendien wordt blootstelling aan de traumatische herinnering vermeden (Foa & Riggs, 1993), hetgeen nodig is om de ervaring te verwerking (Foa et al., 1991). Deze vicieuze cirkel kan de posttraumatische klachten in stand houden.


4.3 onderzoeksvragen m.b.t. peri-dissociatie, gedachtenonderdrukking en PTSD

Samengevat zullen in deze studie de volgende vragen beantwoord worden m.b.t. peri-dissociatie, gedachtenonderdrukking en PTSD:
1) Is er een verband tussen peri-dissociatie en gedachtenonderdrukking?
2) Leidt gedachtenonderdrukking tot PTSD?