Scriptie over de posttraumatische stress-stoornis (PTSD).

©Ulrike Pul

Download de scriptie

inleiding
hoofdstuk 1
hoofdstuk 2
hoofdstuk 3
hoofdstuk 4
hoofdstuk 5
hoofdstuk 6
hoofdstuk 7
literatuur

7.4 conclusies

peri-dissociatie en PTSD. Reeds vele onderzoeken toonden het verband aan tussen peri-dissociatie en het ontstaan van PTSD (bijvoorbeeld; Holen, 1993; Marmar et al., 1994; Spiegel & Cardena, 1991; Weiss et al., 1995). Ook bij een zwangerschapsverlies blijkt peri-disociatie sterk samen te hangen met PTSD klachten. De risicofactoren voor peri-dissociatie verklaarden 39% van de variantie en worden in het onderstaande besproken.
Peri-traumatische kenmerken en peri-dissociatie. Van de peri-traumatische reacties die in het onderzoek gemeten werden, blijken paniek en angst de beste voorspellers van peri-dissociatie, hetgeen ook gevonden werd in andere onderzoeken (Bernat et al., 1998). Dit suggereert dat peri-dissociatie wordt veroorzaakt door een staat van fysiologische arousal (van der Kolk, van der Hart & Marmar, 1996), hetgeen bevestigd wordt door onderzoek waarbij dissociatie optrad tijdens paniekaanvallen (Krystal, Woods, Hill & Charney, 1991). Door de hoge onderlinge correlaties waren andere reacties zoals zich overvallen voelen, boosheid en afschuw minder bepalend in de verklaring van peri-dissociatie. De zwangerschapsduur op het moment van het zwangerschapsverlies droeg niet bij aan de mate van peri-dissociatie.
Pre-traumatische kenmerken en peri-dissociatie. Uit dit onderzoek blijkt dat de algemene neiging tot dissociëren vóór het zwangerschapsverlies een risicofactor is voor dissociatie tijdens het verlies. Dit is in overeenstemming met retrospectieve onderzoeken (bv. Marmar et al., 1994) en theoretische verwachtingen (Spiegel et al., 1994). Ook werd net als door Spiegel et al. (1994) gevonden, dat dissociatie als karaktertrek een samenhang vertoont met de hypnotiseerbaarheid. Hypnotiseerbaarheid bleek echter geen risicofactor voor peri-dissociatie. PTSD-patiënten zijn sterk hypnotiseerbaar (bv. Kihlstrom et al., 1994) en het is mogelijk dat hypnotiseerbaarheid een gevolg is van traumatische ervaringen of van PTSD. Marmar et al. (1994) suggereerden dat eerdere life events ervoor zorgen dat iemand sneller dissocieert als reactie op een nieuwe traumatische ervaring, hetgeen werd bevestigd in dit onderzoek. Het totale aantal life events was een risicofactor voor de mate van peri-dissociatie. Sexueel geweld in de kindertijd was dit niet, hetgeen te wijten kan zijn aan het lage aantal deelnemers dat dit had meegemaakt.
peri-dissociatie, fragmentatie en PTSD. De resultaten van de pad-analyse wezen uit dat het directe verband tussen peri-dissociatie en PTSD vrij klein was, nl. r = .11, ondanks de hoge correlatie, r = .47. Het verband was dus voornamelijk indirekt, namelijk via fragmentatie, sensorische en emotionele componenten van de herinnering, evenals gedachtenonderdrukking. Met dit complete model werd maar liefst 59% van de variantie van PTSD verklaard. Er werd dus bewijs gevonden voor beide mechanismen, hetgeen suggereert dat peri-dissociatie ten eerste bijdraagt aan het impliciet opslaan van het zwangerschapsverlies, in sensorische fragmenten met een sterke emotionele valentie. De mate van deze emotionaliteit hangt samen met het proberen de herinnering te onderdrukken. Peri-dissociatie lijkt ten tweede een 'marker' voor latere gedachtenonderdrukking en mogelijkerwijze voor andere vermijdingsstrategieën.
Er waren een aantal tekortkomingen in dit onderzoek. Zo is fragmentatie van de herinnering aan het zwangerschapsverlies met slechts één item gemeten. Dit is uiterst miniem om conclusies aan te verbinden die leiden tot een compleet model. Verder zouden de resultaten vertekend kunnen zijn door het type trauma. Toetsing van het model bij andere type trauma zal uitwijzen of de conclusies van dit onderzoek kunnen worden gegeneraliseerd. Tevens is er gekeken naar uitsluitend één vermijdingsstrategie, namelijk gedachtenonderdrukking. Misschien heeft peri-dissociatie ook andere vermijdingsstrategieën tot gevolg die mogelijk ook een rol spelen in het ontstaan van PTSD. Buiten de hierboven genoemde bezwaren zullen ook andere factoren in ogenschouw genomen moeten worden, wil men de geldigheid van het model vergroten. De resultaten van dit onderzoek kunnen wel als richtlijn dienen voor uitgebreider onderzoek op dit gebied. Sterke punten van het onderzoek waren dat het deels prospectief was, dat de selectiebias beperkt was doordat deelnemers gerecruiteerd werden voor de ingrijpende gebeurtenis en dat het onderzoek vrij snel na de gebeurtenis werd uitgevoerd.
Summary

Developing PTSD seems to be influenced by the two mechanisms which are described in this study. The proces of peri-dissociation underlies both mechanisms. With peri-dissociation was meant the dissociation that occurs during or directly after the traumatic event. There probably are many factors that determine the extent of peri-dissociation. In this study to PTSD after pregnancy loss, it was hypothesized that both pre-traumatic and peri-traumatic factors play an important role. The results of this study are partly confirm this hypotheses. Feelings of panic and fear that occurs during the traumatic event seems to be good peri-traumatic predictors of peri-dissociation. And in this study good pre-traumatic predictors for peri-dissociation were trait-dissociation and previous life events. Other factors didn't play a significant role in the appearance of peri-dissociation.
Peri-dissociation may impair the information processing. On the one hand peri-dissociation shows a significant correlation with fragmentation from the memory, that may lead to PTSD through mechanism 1. On the other hand, when peri-dissociation has been seen as an avoidance strategy, it predicts the attemps to suppress the memory after a traumatic event. This so called thought suppression may also lead to PTSD, through the second mechanism that is described here. The purpose of this study was to find out through which mechanism, fragmentation or thought suppression, peri-dissociation leads to PTSD. The findings support both mechanisms. Apparently, peri-dissociation results in an impairment in information processing but also results in thought suppression. Both mechanisms may lead to PTSD. So, there can't be said which mechanism will declare the development of PTSD best. It is clear that this study offers enough reason to further studying the development of PTSD, regarding to fragmentation of the traumatic memory and thought suppression and not forgetting peri-dissociation.